Pastoraat en Diaconaat

Pastoraat

Het woord pastoraat laat zich het best vertalen met herderschap. De Heer Jezus is zelf de grote herder van zijn kudde, de gemeente. Hij heeft onderherders aangesteld om hier op aarde leiding aan die kudde te geven. Die herderlijke taak wordt vervuld door de predikanten en de ouderlingen. De predikant is herder, doordat hij het Woord van God aan de gemeenteleden doorgeeft. Dat doet hij in de kerkdiensten via de verkondiging (preek). Hij is ook herder wanneer hij, vaak in bijzondere situaties, de gemeenteleden bezoekt om hen te troosten en nieuwe moed in te spreken.

Ook de ouderlingen geven leiding aan de gemeente. Dat doen ze samen met de predikant binnen de kerkenraad. Zij bezoeken ook de gemeenteleden. In het pastorale bezoek van de ouderlingen staat de band van de gemeenteleden met God centraal. Als blijkt dat die band verloren dreigt te gaan, waarschuwen de ouderlingen. Ze stimuleren vooral de gemeenteleden Gods Woord te lezen en contact met God te houden door gebed en christelijk leven.

Tegenwoordig wordt ook veel gesproken over onderling pastoraat. Bedoeld wordt dan, dat de leden van de gemeente ook de taak hebben in geestelijk opzicht voor elkaar te zorgen door zich samen op Jezus Christus te oriƫnteren en daar ook samen over te praten.

Diaconaat

Het woord diaconaat is afgeleid van het Griekse diakonia, dat letterlijk dienst betekent. Bij diaconaat gaat het om dienst aan mensen, verricht uit liefde tot God. De gemeente leert dat van Jezus Christus, die op aarde kwam om te dienen. Zo komt onderling hulpbetoon in de gemeente in beeld. Diaconaat uit zich ook in bewogenheid met ellende en gebrek in de wereld.